'Mirror, Mirror': de kracht van intuïtie

Op mijn bureau liggen twee boeken en een stapel foto’s. Het zijn postkaarten die ik de voorbije jaren willekeurig verzamelde, knipsels bij elkaar gebracht volgens een onzichtbaar plan. Het eerste boek heet A Fortunate Man. The Story of a Country Doctor. Een bijzondere fotoreportage uit 1967 van schrijver John Berger – bekend om zijn beeldanalyses – en fotograaf Jean Mohr. Een bescheiden essay dat het leven schetst van huisarts John Sassall in de jaren zestig: zijn ontmoetingen met patiënten en de moeilijke taak om hun noden en zorgen te verlichten. Berger toont zijn veeleisende maar feilbare menselijkheid, even scherp als de moed en wanhoop van de patiënten zelf. Mohrs foto’s vormen daarbij een visueel koor: Sassall in gesprek of aan het werk, zijn patiënten alleen of samen, en steeds dat spel van hemel en landschap – mooi en onheilspellend tegelijk. 

Het tweede boek, Re-Sisters, is de autobiografische zoektocht van muzikante en kunstenares Cosey Fanni Tutti. Terwijl ze schrijft over elektronische pionier Delia Derbyshire, stuit ze op The Book of Margery Kempe: een 15e-eeuwse autobiografie van een vrouw die haar spirituele weg beschrijft, in een tijd waarin je daar in Engeland nog voor opgesloten of verbrand kon worden. 

Waarom vertel ik dit allemaal? Omdat het programma van Festival Kortrijk 2026 draait rond “intuïtieve connectie”: dat buikgevoel dat irrationeel lijkt, maar pas achteraf betekenis krijgt. Wegen die we volgen zonder goed te weten waarom, maar die achteraf noodzakelijk blijken. Door genres, contexten en stemmen te vermengen ontstaan verrassende botsingen en kronkelpaden, die artiesten én publiek uitdagen. Kunst verschijnt niet langer als iets op zichzelf, maar als onderdeel van een groter geheel. Elk concert wordt zo een nieuw ruimte-tijdmoment, gevormd door plaats, moment en mensen. 

Wat me raakt in deze boeken, is hoe intuïtie deuren opent. Een klein essay kan een hele wereld blootleggen. Een autobiografie kan tonen hoe persoonlijke keuzes altijd deel zijn van een grotere zoektocht naar betekenis. Zijn we niet altijd op zoek naar antwoorden op ons existentiële ongemak – patronen die tegelijk universeel en onveranderlijk lijken, spiegels van iets dat ons overstijgt? Zoals het stille water dat de hemel weerspiegelt. Zoals de dichter die zich terugtrekt uit de wereld en alleen nog leeft in zijn liefdes en zijn lied. 

Ich bin gestorben dem Weltgewimmel 
Und ruh’ in einem stillen Gebiet. 
Ich leb’ in mir und meinem Himmel, 
In meinem Lieben, in meinem Lied. 

(laatste strofe uit Ich bin der Welt abhanden gekommen, Rückert-Lieder) 

En tussen de kaarten op mijn bureau ligt er eentje van het Bauhaus-Archiv. In zwarte hoofdletters op een witte achtergrond staat:  “Intuition ist immer noch eine gute Sache.” – Paul Klee 

Clara Pons © Max Zerrahn

Clara Pons

Clara Pons is sinds 2019 chef-dramaturg  van het Grand Théâtre de Genève, waar ze La Plage cureert.   Opgeleid in filosofie en piano verkent ze in haar werk de  wisselwerking tussen verhaal, muziek en beeld.